Citaat | Hoge Raad 15 maart 2011

Alinea 22 Hoge Raad 15 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2215.

"Op 18 november 2005 was ik getuige van een telefoongesprek tussen [getuige 1] en [verdachte]. Naast [getuige 1] waren [slachtoffer] en [getuige 2] getuige van dit gesprek. Het ging weer over die € 80.000,--. [Verdachte] vertelde dat de gemeente het geld niet hoefde te betalen, maar [slachtoffer]. Verder hoorde ik [verdachte] zeggen dat hij hem wist te vinden, al ging hij naar Frankrijk. Met hem bedoelde hij kennelijk [slachtoffer], die een woning in Frankrijk heeft. Verder hoorde ik [verdachte] vertellen dat [slachtoffer] kwetsbaar was met vrouw en kinderen en dat hij maar alleen was en dus niets te verliezen had. Hij vertelde dat hij [slachtoffer] moest hebben en niemand anders van de gemeente.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2b1e7be90f046a9e5a3f25355a29ec89215080605f5ecd8e7cbc7f77c2f9719. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2b1e7be90f046a9e5a3f25355a29ec89215080605f5ecd8e7cbc7f77c2f9719, en de alinea staat in dat document op bytes 8618 tot 9339.