Citaat | Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 69 Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2310.
3.6.5 Bij de beoordeling daarvan geldt in de eerste plaats als uitgangspunt dat het hof, in cassatie niet bestreden, heeft vastgesteld dat [eiser] van het onoorbare van zijn frauduleuze handelingen op de hoogte was en hem terzake (ten minste) grove schuld valt te verwijten, en dat hem bekend was dat het Hoogheemraadschap zich bij uitstek de bescherming van het belang van eerlijke verkiezingen van voldoende representatieve kandidaten heeft aangetrokken. Voorts moet uitgangspunt zijn dat het besluit van het stembureau van 2 juli 2004 tot toelating van [eiser] als kandidaat niet afdoet aan de onrechtmatigheid van diens handelen en dat dit besluit en de wijze waarop het Hoogheemraadschap heeft gehandeld nadat het van de valse opgave op de hoogte kwam het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van [eiser] en de schade niet heeft doorbroken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cfdc601994ea929ecea2619f65426ee516ffade07df08a4435a561e195efe2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cfdc601994ea929ecea2619f65426ee516ffade07df08a4435a561e195efe2b, en de alinea staat in dat document op bytes 24170 tot 25040.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cfdc601994ea929ecea2619f65426ee516ffade07df08a4435a561e195efe2b | shasum -a 256