Citaat | Hoge Raad 15 april 2011
Alinea 37 Hoge Raad 15 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2464.
(vi) [Betrokkene 1] heeft - zonder medeweten of toestemming van [eiser] - mr. Moree als advocaat ingeschakeld om namens zichzelf en [eiser] verweer te voeren in beide procedures. Daarbij is door mr. Moree geen beroep gedaan op het feit dat [eiser] geen partij was bij de overeenkomst omdat [betrokkene 1] dit niet aan mr. Moree had meegedeeld. Diplomat heeft in beide procedures geen melding gemaakt van het feit dat [betrokkene 1] voor zijn zoon een handtekening onder de overeenkomst had gezet. De rechtbank heeft daarop zowel in het kort geding (op 27 augustus 1999) als in de bodemprocedure (op 5 juli 2000) [eiser] - hoofdelijk met [betrokkene 1] - veroordeeld tot nakoming van de overeenkomst met betrekking tot de [a-straat 1] en aldus tot betaling van ƒ 72.514,--, vermeerderd met rente en kosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964, en de alinea staat in dat document op bytes 8849 tot 9668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964 | shasum -a 256