Citaat | Hoge Raad 15 april 2011

Alinea 44 Hoge Raad 15 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2464.

"3.2 Blijkens hetgeen eiser in zijn dagvaarding stelt, bedoelt hij kennelijk als grondslag van zijn vordering aan te voeren dat het vonnis berust op stukken waarvan de valsheid na het vonnis is erkend, zoals genoemd in artikel 382 sub b Rv. Eiser stelt dat [betrokkene 1], mede gedaagde in de betreffende procedures, op 7 maart 2009 heeft erkend dat hij de overeenkomst met Diplomat Kunststof Kozijnen BV, waarop kennelijk blijkens de stellingen van eiser de vonnissen zijn gebaseerd, in overleg met Diplomat valselijk heeft opgemaakt op naam van eiser.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964, en de alinea staat in dat document op bytes 11832 tot 12398.