Citaat | Hoge Raad 15 april 2011

Alinea 48 Hoge Raad 15 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2464.

4.2 De door het onderdeel bestreden overweging dient aldus te worden verstaan dat niet aannemelijk is dat [eiser] niet op de hoogte was van de jegens hem gepretendeerde vorderingen en dat het op zijn weg had gelegen hiertegen verweer te voeren voordat hem het hiervoor in 3.1 onder (iv) bedoelde ongeluk overkwam en hij in coma raakte. Voordien is hem immers een factuur gezonden, is hij gesommeerd tot betaling en is ten laste van hem beslag gelegd tot verhaal van de desbetreffende vordering. Deze overweging wordt door het onderdeel terecht als onbegrijpelijk bestreden. Niet alleen blijkt uit de gedingstukken dat het beslag is gelegd nadat [eiser] in coma was geraakt, maar ook is zonder nadere toelichting onduidelijk waarom van [eiser], die niet op de hoogte was van de pas na het ongeval waarbij hij in coma is geraakt tegen hem ingestelde procedures, redelijkerwijs gevergd kon worden reeds voor dat ongeval tegen de vorderingen op te komen, en waarom aannemelijk is dat zulks dan zou hebben voorkomen dat in de procedures gebruik zou worden gemaakt van de valse stukken zodat de vonnissen op die valse stukken gingen berusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe62f6e2732091db070fe0b2a92d7def1fb7e1fc3d58d7883b410593d1bc964, en de alinea staat in dat document op bytes 14546 tot 15696.