Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 154 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2620.

In de kern komt dat oordeel van het Hof op het volgende neer. De latente belastingclaim bij een overname bedroeg, naar uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt, fl. 5 miljard (bewijsmiddelen 7, 8, 9 en 11). Voor een eventuele overname van de houdstermaatschappijen waarvoor in de markt belangstelling bestond en waarop de inspanningen van VPV ook waren gericht, was het verkrijgen van financiële zekerheid vooraf over de fiscale gevolgen van een overname van essentieel belang. Op 17 september 1999 waren de besprekingen tussen VPV en het Ministerie van Financiën (hierna Financiën) omtrent een - voor een eventuele overname essentiële - (fiscale) vaststellingsovereenkomst zo ver gevorderd dat de contouren van overeenstemming met Financiën zichtbaar waren, ten aanzien van de bandbreedte van de aan Financiën af te dragen lumpsum en het gedifferentieerde bod aan de aandeelhouders. Bewijsmiddel 15, waarnaar het Hof in het verband van dat oordeel verwijst, te weten een brief van [betrokkene 3] aan [betrokkene 12] (SER) en [betrokkene 13] (AEX) van 27 september 1999, welke brief is gevolgd op een bespreking van 17 september 1999, houdt in dat Financiën bereid was een ruling af te geven en in dat verband een "lump sum afdracht wilde ontvangen van fl. 1,5 à 2 miljard" bij een - in die brief uitgewerkt - gedifferentieerd bod.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4856bee251fd64eb0628df8a73ebd99c4c6792d2f9eadf1f7912160eca5cb8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4856bee251fd64eb0628df8a73ebd99c4c6792d2f9eadf1f7912160eca5cb8b, en de alinea staat in dat document op bytes 52164 tot 53514.