Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 16 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2620.

"3.1. Het Hof heeft de volgende feiten vastgesteld. [medeverdachte] was als directeur van Veer Palthe Voûte N.V. (hierna VPV), sinds april 1999 onderdeel van de Dresdner Bank, verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van VPV en tevens belast met de directie van de aan de Amsterdam Exchanges (AEX) genoteerde beleggingsfondsen Theodoor Gilissen Petroleumhaven (TGP) en Theodoor Gilissen Oliehaven (TGO). TGP en TGO belegden voornamelijk in aandelen van navolgende beursgenoteerde houdstervennootschappen: a) de Dordtsche Petroleum-Industrie Maatschappij N.V. (Dordtsche), die enkel aandelen Koninklijke Olie bezat, b) N.V. Petroleum-Maatschappij 'Moeara Enim' (ME), die eveneens uitsluitend aandelen Koninklijke Olie had, en c) Maxwell Petroleum Holding N.V. (Maxwell), die een belang had in Dordtsche. Naast VPV was ook TG Fund Management BV van Theodoor Gillissen Bankiers N.V. bestuurder van TGO en TGP. De eveneens aan de AEX genoteerde houdstervennootschap 'Beleggingsmaatschappij Calvé-Delft N.V.' (Calvé) kende een vergelijkbare activiteit als de reeds genoemde houdstervennootschappen Dordtsche, ME en Maxwell: zij belegde uitsluitend in aandelen van één onderliggend beursgenoteerd fonds. In het geval van Calvé betrof dit Unilever. Per mei 1999 bestond het bestuur van VPV naast [medeverdachte] uit [verdachte] en [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4856bee251fd64eb0628df8a73ebd99c4c6792d2f9eadf1f7912160eca5cb8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4856bee251fd64eb0628df8a73ebd99c4c6792d2f9eadf1f7912160eca5cb8b, en de alinea staat in dat document op bytes 6210 tot 7570.