Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 162 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2620.

7.2. Zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7.3 en 7.4 onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis is uiteengezet, heeft de wetgever tot uitgangspunt genomen dat van openbaarmaking in de zin van art. 46 (oud), tweede lid, Wte 1995 sprake is wanneer de desbetreffende bijzonderheid (informatie) zonder voorbehoud aan derden is bekendgemaakt en daarmee in beginsel kenbaar is voor het beleggend publiek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4856bee251fd64eb0628df8a73ebd99c4c6792d2f9eadf1f7912160eca5cb8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4856bee251fd64eb0628df8a73ebd99c4c6792d2f9eadf1f7912160eca5cb8b, en de alinea staat in dat document op bytes 55396 tot 55822.