Citaat | Hoge Raad 22 maart 2011
Alinea 53 Hoge Raad 22 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2715.
Op grond van deze feiten en omstandigheden, een en ander in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien ook met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer] op 3 juli 2006 te Gemert een kopstoot heeft gegeven. Anders dan door de verdediging is betoogd kan de door verdachte aan [slachtoffer] gegeven kopstoot, naar het oordeel van het hof, gelet op de omstandigheid dat de kopstoot met kracht is gegeven en kennelijk zo hard was dat aangever [slachtoffer] ten gevolge van die kopstoot achterover viel, worden aangemerkt als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zoals bewezen is verklaard. Verdachte heeft dusdoende de kans op het intreden van het bewezen verklaarde gevolg, welke kans naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten, willens en wetens aanvaard."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a09aefc86c6d3df4570588f1374463eb63fb96213afda07d87625810c5383628. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a09aefc86c6d3df4570588f1374463eb63fb96213afda07d87625810c5383628, en de alinea staat in dat document op bytes 17094 tot 18008.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a09aefc86c6d3df4570588f1374463eb63fb96213afda07d87625810c5383628 | shasum -a 256