Citaat | Hoge Raad 19 april 2011

Alinea 40 Hoge Raad 19 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2743.

3.5. Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Art. 37a, derde lid, Sr stelt als voorwaarde voor het opleggen van de maatregel van ter beschikkingstelling dat een rapport als bedoeld in art. 37, tweede lid, Sr wordt uitgebracht. Ingevolge laatstgenoemde bepaling is vereist dat indien zodanig rapport eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend de rechter dat rapport slechts mag gebruiken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte. Deze bepaling strekt ertoe dat het oordeel van de gedragsdeskundigen op recent onderzoek dient te worden gebaseerd. Met genoemde bepaling is niet onverenigbaar dat de gedragsdeskundigen daarbij gebruik maken van rapporten van minder recente datum, met name niet indien deze (nog steeds) inzicht verschaffen in de psychische gesteldheid van de verdachte ten tijde van het strafbare feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bb4dfb23e23ad836dddcaf6c7fbc2ae8200a5bbfac33d837dd4120a3dfb0f48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bb4dfb23e23ad836dddcaf6c7fbc2ae8200a5bbfac33d837dd4120a3dfb0f48, en de alinea staat in dat document op bytes 17086 tot 18000.