Citaat | Hoge Raad 12 april 2011

Alinea 32 Hoge Raad 12 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2746.

2.4. Een op de voet van art. 410, derde lid, Sv door de verdachte bij schriftuur gedane opgave van te horen getuigen wordt ingevolge die bepaling aangemerkt als een opgave in de zin van art. 263, tweede lid, Sv. Nu een opgave in laatstbedoelde zin ook per fax kan worden gedaan, moet ook ten aanzien van een bij appelschriftuur gedane opgave van te horen getuigen worden geoordeeld dat deze bij fax kan worden gedaan (vgl. HR 2 maart 2010, LJN BK5516, NJ 2010/145). Voorts geldt dat een per fax verzonden appelschriftuur die ter griffie van het gerecht is begonnen binnen te komen vóór 24.00 uur op de laatste dag van de ingevolge art. 410, eerste lid, Sv geldende termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep, moet worden aangemerkt als binnen deze termijn ingediend (vgl. voor een cassatieschriftuur HR 23 mei 2000, LJN AA5880, NJ 2000/465).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/423b596be1eab08dadbfae94d2ffc08bbd1e21d258ded2a4d51634cbefd21ebd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 423b596be1eab08dadbfae94d2ffc08bbd1e21d258ded2a4d51634cbefd21ebd, en de alinea staat in dat document op bytes 9619 tot 10497.