Citaat | Hoge Raad 4 februari 2011
Alinea 30 Hoge Raad 4 februari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2995.
4.1.2. De voorlopige aanslag is opgelegd met toepassing van artikel 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Een dergelijke aanslag kan worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de belastingschuld dat bij de definitieve aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld. Die vermoedelijke belastingschuld is de resultante van het tarief en de heffingsmaatstaf. In het onderhavige geval is de heffingsmaatstaf de waarde die voor de onroerende zaak is vastgesteld op de voet van Hoofdstuk IV van de Wet WOZ. De voor het jaar 2006 geldende waarde is eerst ter gelegenheid van het opleggen van de definitieve aanslag op de voet van artikel 29a, lid 1, van de Wet WOZ (tekst 2006) bij voor bezwaar vatbare beschikking bekendgemaakt. Bij de daaraan voorafgaande vaststelling van de voorlopige aanslag voor het jaar 2006 dient de heffingsambtenaar dan uit te gaan van de waarde zoals die vermoedelijk bij beschikking voor dat jaar zal worden bekendgemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f7ebeecedce5480b33c065b1ba3f06bb383bb0c86ff571f42217d8eda954c4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f7ebeecedce5480b33c065b1ba3f06bb383bb0c86ff571f42217d8eda954c4c, en de alinea staat in dat document op bytes 11531 tot 12500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f7ebeecedce5480b33c065b1ba3f06bb383bb0c86ff571f42217d8eda954c4c | shasum -a 256