Citaat | Hoge Raad 4 februari 2011

Alinea 41 Hoge Raad 4 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2995.

5.4. Voor zover het middel opkomt tegen het oordeel van het Hof dat de brief van 17 maart 2006 tevens moet worden aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de definitieve aanslag, heeft het volgende te gelden. Op grond van artikel 30, lid 2, van de Wet WOZ wordt een bezwaarschrift tegen een waardebeschikking als de onderhavige, die is bekendgemaakt in hetzelfde geschrift als een aanslag onroerendezaakbelastingen, geacht mede te zijn gericht tegen die aanslag, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt. Het Hof is er kennelijk en niet onbegrijpelijk van uitgegaan dat uit de brief van 17 maart 2006 niet blijkt dat het bezwaar niet (mede) gericht was tegen de definitieve aanslag. Tegen de achtergrond van het genoemde voorschrift in de Wet WOZ brengt hetgeen in 5.3 is overwogen mee dat het Hof de brief van 17 maart 2006 terecht ook heeft aangemerkt als een - tijdig ingediend - bezwaarschrift tegen de definitieve aanslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f7ebeecedce5480b33c065b1ba3f06bb383bb0c86ff571f42217d8eda954c4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f7ebeecedce5480b33c065b1ba3f06bb383bb0c86ff571f42217d8eda954c4c, en de alinea staat in dat document op bytes 16525 tot 17474.