Citaat | Hoge Raad 4 februari 2011

Alinea 25 Hoge Raad 4 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2998.

3.4.2. De klachten slagen ook in zoverre. Artikel 36, lid 2, IW 1990 legt aan een lichaam als bedoeld in het eerste lid van dat artikel de verplichting op om - kort weergegeven - onverwijld nadat gebleken is dat het niet tot betaling van de aldaar vermelde belastingen in staat is, daarvan mededeling te doen aan de ontvanger. De meldingsplicht houdt derhalve verband met de financiële moeilijkheden die het lichaam heeft om te voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. De door het Hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegde opvatting dat het lichaam in het kader van de toepassing van artikel 36, lid 2, IW 1990 slechts de keuze heeft tussen tijdig betalen of melden dat het niet tot betalen in staat is, is derhalve onjuist. Een dergelijke regel ligt ook niet besloten in het hiervoor in 3.2 aangehaalde arrest van de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/924f87eaae9f8a2242d91d881f2ea5b97af1735d342660f3ff164214f9a0cfd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 924f87eaae9f8a2242d91d881f2ea5b97af1735d342660f3ff164214f9a0cfd7, en de alinea staat in dat document op bytes 13207 tot 14052.