Citaat | Hoge Raad 1 april 2011
Alinea 71 Hoge Raad 1 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3048.
3.4.6A an de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.5 aangehaalde overweging 23 van het arrest van het HvJEG van 28 april 2005, zaak C-104/03, Jurispr. 2005, p. I-3481 (St. Paul Dairy Industries/Unibel), LJN AV7679, NJ 2006/636, zou echter een aanwijzing kunnen worden ontleend dat naar het oordeel van het Hof van Justitie wel exclusieve werking toekomt aan de EG-Bewijsverordening. In dit licht is omtrent het antwoord op de te stellen vraag van uitleg gerede twijfel mogelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/035bf4e51ab5904d3426264886a6eddaab8d6ef4e4f1f7841068cd3c6f423895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 035bf4e51ab5904d3426264886a6eddaab8d6ef4e4f1f7841068cd3c6f423895, en de alinea staat in dat document op bytes 22723 tot 23226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/035bf4e51ab5904d3426264886a6eddaab8d6ef4e4f1f7841068cd3c6f423895 | shasum -a 256