Citaat | Hoge Raad 1 april 2011
Alinea 75 Hoge Raad 1 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3048.
Moet de EG-Bewijsverordening, in het bijzonder art. 1 lid 1 daarvan, aldus worden uitgelegd dat de rechter die een in een andere lidstaat woonachtige getuige wenst te horen, voor deze vorm van bewijsverkrijging steeds gebruik moet maken van de door de EG-Bewijsverordening in het leven geroepen methoden, of is hij bevoegd gebruik te maken van de methoden voorzien in zijn eigen nationale procesrecht zoals oproeping van de getuige voor hem te verschijnen?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/035bf4e51ab5904d3426264886a6eddaab8d6ef4e4f1f7841068cd3c6f423895. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 035bf4e51ab5904d3426264886a6eddaab8d6ef4e4f1f7841068cd3c6f423895, en de alinea staat in dat document op bytes 23570 tot 24039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/035bf4e51ab5904d3426264886a6eddaab8d6ef4e4f1f7841068cd3c6f423895 | shasum -a 256