Citaat | Hoge Raad 25 november 2011
Alinea 39 Hoge Raad 25 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3053.
3.9.4. Ten aanzien van het materiële geschil heeft het Hof geoordeeld dat de Inspecteur bij een juiste afweging van de belangen van belanghebbende tegen de belangen van de Staat had moeten besluiten om de verminderingen van de voorlopige aanslagen te effectueren door middel van het opleggen van nadere voorlopige aanslagen tot een negatief bedrag, aangezien in dat geval het rentenadeel van belanghebbende zou zijn gecompenseerd. Nu de Inspecteur hiertoe op grond van artikel 13 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) bevoegd was, bestond er naar het oordeel van het Hof voor de Inspecteur geen redelijke grond om van die bevoegdheid geen gebruik te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4b6cfa1d2cb08eac9da02a253550d3e40a5ccae6fc81f47cd99379171b0959e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4b6cfa1d2cb08eac9da02a253550d3e40a5ccae6fc81f47cd99379171b0959e, en de alinea staat in dat document op bytes 14898 tot 15592.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4b6cfa1d2cb08eac9da02a253550d3e40a5ccae6fc81f47cd99379171b0959e | shasum -a 256