Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2011
Alinea 31 Hoge Raad 28 oktober 2011
Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3068.
3.4.5. Een bezwaar als het onderhavige, dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, is ingevolge artikel 6:12, lid 1, van de Awb (tekst tot 1 oktober 2009) niet aan een vaste termijn gebonden, maar wordt ingevolge het toenmalige derde lid van dat artikel niet-ontvankelijk verklaard indien het bezwaarschrift onredelijk laat is ingediend. Een gelegenheid om de compensatie van heffingsrente ter discussie te stellen dient zich in het algemeen niet meer aan nadat de definitieve aanslag voor het desbetreffende jaar is vastgesteld, waarmee de belanghebbende zijn belastingafrekening voor dat jaar krijgt. Als bij gelegenheid van die definitieve aanslag het rentenadeel niet is gecompenseerd, moet het de belanghebbende in het algemeen duidelijk zijn dat de inspecteur definitief ervan heeft afgezien deze compensatie te verlenen. Derhalve dient een belanghebbende uiterlijk zes weken na het vaststellen van de definitieve aanslag op te komen tegen het achterwege blijven van een vergoeding van heffingsrente, tenzij hij in de gegeven omstandigheden bij het einde van die zes weken op grond van uitlatingen of andere handelingen van de inspecteur redelijkerwijs erop mocht vertrouwen dat deze alsnog een beschikking met betrekking tot de vergoeding van heffingsrente zou nemen. Indien een belanghebbende eerst na het verstrijken van die termijn opkomt tegen het niet tijdig nemen van een beschikking tot vergoeding van heffingsrente, is dat dan ook onredelijk laat, afgezien van de zojuist genoemde uitzonderingssituaties. Opmerking verdient dat onder de met ingang van 1 oktober 2009 geldende wetgeving - buiten de genoemde uitzonderingssituaties - sprake is van onredelijk laat opkomen indien de belanghebbende de inspecteur niet binnen de eerder genoemde termijn in gebreke heeft gesteld als bedoeld in artikel 6:12, lid 2, letter b, van de Awb dan wel, in de gevallen bedoeld in artikel 6:12, lid 3, van de Awb, indien de belanghebbende niet binnen die termijn beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig vergoeden van heffingsrente.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff1060ba755a158bc089ab7ea0ca191e0b1e01832cb6b17db78e4f3343744391. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff1060ba755a158bc089ab7ea0ca191e0b1e01832cb6b17db78e4f3343744391, en de alinea staat in dat document op bytes 13391 tot 15457.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff1060ba755a158bc089ab7ea0ca191e0b1e01832cb6b17db78e4f3343744391 | shasum -a 256