Citaat | Hoge Raad 30 september 2011

Alinea 23 Hoge Raad 30 september 2011

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3080.

3.6. Het Hof heeft geoordeeld dat in de tekst van het eerste lid van artikel 13 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) geen belemmering valt te lezen om een negatieve (nadere) voorlopige aanslag op te leggen en dat ook uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een voorlopige aanslag door een verrekening met een eerdere voorlopige aanslag negatief kan zijn. Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat de Inspecteur met zijn keuze voor het op 29 juni 2007 ambtshalve vernietigen van de voorlopige aanslag 002, in plaats van over te gaan tot het opleggen van een nadere voorlopige aanslag, onder meer in strijd is gekomen met een juiste afweging van de belangen van belanghebbende en die van de Staat, zodat die keuze in strijd komt met het bepaalde in artikel 3:4, leden 1 en 2, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbada3417bdb15aedfe77490072a27a96545638b7722c437be2b1ff339735369. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbada3417bdb15aedfe77490072a27a96545638b7722c437be2b1ff339735369, en de alinea staat in dat document op bytes 8839 tot 9694.