Citaat | Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 37 Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012.

3.3.1 Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van [vdH.] alsnog afgewezen. Het hof oordeelde dat Dexia - uit hoofde van schending van haar waarschuwingsplicht - enkel de (betaalde) restschuld aan [vdH.] behoeft te vergoeden, nu nakoming van de onderzoeksplicht niet zou hebben uitgewezen dat de overeenkomsten naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware financiële last op [vdH.] legden, en dat op deze restschuld het door [vdH.] uit hoofde van drie eerdere leaseovereenkomsten genoten voordeel krachtens art. 6:100 BW in mindering dient te worden gebracht. Blijkens de in bijlagen A en B bij het arrest opgenomen berekeningen van het hof overtreft het totaal door [vdH.] uit hoofde van bedoelde eerdere overeenkomsten genoten voordeel (berekend op een bedrag van € 15.264,83) het totaalbedrag van de restschuld (berekend op een bedrag van € 10.371,69).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8916b76ee649b98fcb8075c8f17d316c3451c56cf03579b6da248f6ee926539. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8916b76ee649b98fcb8075c8f17d316c3451c56cf03579b6da248f6ee926539, en de alinea staat in dat document op bytes 11916 tot 12825.