Citaat | Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 69 Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012.

4.3.4 Bij de beoordeling van de klachten moet worden vooropgesteld dat art. 6:100 de strekking heeft bij de begroting van de omvang van de schade die de benadeelde heeft geleden, voor zover dat redelijk is rekening te houden met eventuele voordelen die voortvloeien uit de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt. Door opneming van de maatstaf van "een zelfde gebeurtenis" in de wet wordt de eis gesteld dat zowel het genoten voordeel als de geleden schade een zodanig verband hebben met de feiten waarop de aansprakelijkheid berust, dat het gerechtvaardigd is dat het genoten voordeel bij het begroten van de schade wordt verdisconteerd. In de rechtspraak van de Hoge Raad ligt besloten dat aan dit vereiste strikt de hand moet worden gehouden, doch opmerking verdient dat de wetgever aan de rechter bij zijn oordeel wanneer plaats is voor voordeelstoerekening, de nodige vrijheid heeft toegekend (Parl. Gesch. Boek 6 NBW, p. 348).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8916b76ee649b98fcb8075c8f17d316c3451c56cf03579b6da248f6ee926539. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8916b76ee649b98fcb8075c8f17d316c3451c56cf03579b6da248f6ee926539, en de alinea staat in dat document op bytes 29610 tot 30560.