Citaat | Hoge Raad 20 december 2011

Alinea 18 Hoge Raad 20 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4387.

3.3.2. Het betreft hier een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de in art. 14c, eerste lid onder a, Sr genoemde algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Een dergelijke vordering dient te worden ingediend door het openbaar ministerie dat met de vervolging van dat feit is belast, terwijl bij veroordeling ter zake van dat feit de beslissing op de vordering deel uitmaakt van het vonnis. Hoger beroep kan niet tot de beslissing op de vordering worden beperkt. Het tegen dat vonnis ingestelde beroep brengt mee dat het onderzoek van de appelrechter zich mede tot die vordering dient uit te strekken. Daarom is niet vereist dat de vordering in hoger beroep wordt "herhaald". Ook in hoger beroep maakt de beslissing op de vordering deel uit van de in de strafzaak te geven uitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df1beab3bd6491be861163858e75cdd1ce1f59892f9622d477628d83355b4be4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df1beab3bd6491be861163858e75cdd1ce1f59892f9622d477628d83355b4be4, en de alinea staat in dat document op bytes 7859 tot 8786.