Citaat | Hoge Raad 20 december 2011

Alinea 34 Hoge Raad 20 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4387.

(van twee jaren) is ingegaan op 28 augustus 2004, terwijl het Hof de last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf heeft gegeven op de vordering die op 25 juni 2007 ter griffie van de Rechtbank is ontvangen, is het in de bestreden beslissing besloten liggende oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie in die vordering kon worden ontvangen, niet zonder meer begrijpelijk. Het middel is dus terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal om redenen van doelmatigheid de zaak in dit opzicht zelf afdoen en het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df1beab3bd6491be861163858e75cdd1ce1f59892f9622d477628d83355b4be4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df1beab3bd6491be861163858e75cdd1ce1f59892f9622d477628d83355b4be4, en de alinea staat in dat document op bytes 13558 tot 14159.