Citaat | Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 117 Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.
"Ik mag het bedrijf [M], gevestigd te [plaats G] in België, vertegenwoordigen omdat ik een van de eigenaren ben. Ik heb zelf met [B] contact opgenomen. Toen heb ik met [medeverdachte 1] gesproken. [Medeverdachte 1] heeft gevraagd wat ik kon leveren en heeft om prijzen gevraagd. De eerste levering was omstreeks maart 1999. In totaal is er drie keer aan [B] geleverd. Onze eigen chauffeur bracht het alle drie de keren naar de [a-straat 1-2] in Nijmegen. Daar werd er voor getekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 24620 tot 25116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8 | shasum -a 256