Citaat | Hoge Raad 5 april 2011

Alinea 118 Hoge Raad 5 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.

Na de derde levering ben ik bij [B] in Nijmegen geweest. Ik ging toen kijken of ik mijn geld kon krijgen. Toen stond er op het terrein groente en fruit, vooral tomaten. Over de betalingsachterstanden heb ik zowel met [medeverdachte 1] als met [verdachte] meerdere keren telefonisch gesproken. [Medeverdachte 1] verwees mij naar [verdachte] omdat hij zei alleen over de goederen te gaan. [Verdachte] zei dat hij het zou laten overmaken. [Verdachte] heeft mij verteld dat ze naar Duitsland gingen om geld te halen en dat ik daarna betaald zou worden. Mijn advocaat mr. Leysen van advocatenkantoor Phijffer heeft op 7 april 1999 gesommeerd de bedragen binnen drie dagen te betalen. Er is nooit betaald."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 25124 tot 25837.