Citaat | Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 157 Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.
"Ik mag als controller [K] B.V. te [plaats E] vertegenwoordigen. [E] B.V. heeft ons benaderd vanuit de AGF-gids. De contacten met [E] B.V. verliepen telefonisch via [medeverdachte 1] en af en toe via [verdachte]. Ons bedrijf heeft in de periode 20 januari 1999 tot en met 16 maart 1999 25 keer goederen geleverd. In het begin werd er volgens afspraak door [E] B.V. binnen vier weken betaald, maar daama volgden betalingen via telebankieren die achteraf fictief bleken te zijn geweest. De eerste 13 leveringen zijn betaald. Daarna ontstonden de problemen. We hebben [E] B.V. veelvuldig telefonisch aangemaand, maar dan werd er door [verdachte] of [medeverdachte 1] gezegd dat er geen geld op de bank was of dat klanten van [E] B.V. betalingsachterstanden hadden. Op schriftelijke aanmaningen kregen we geen antwoord."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 32108 tot 32937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8 | shasum -a 256