Citaat | Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 160 Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.
Ik ben aangenomen door de directeur [verdachte]. Hij was duidelijk de man die het voor het zeggen had. [Verdachte] had de dagelijkse leiding bij [C] B.V., die was vrijwel dagelijks op kantoor. Als [verdachte] er niet was dan had [medeverdachte 1] de leiding. Zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] spraken met de klanten. Volgens mij had alleen [verdachte] bevoegdheid over de bank. [Verdachte] nam altijd geld op van de bank. Ik was administratief medewerker bij [B]. Ik deed de verwerking van de boekhoudstukken in de administratie. Ik weet dat [verdachte] het kasgeld ontving en daarvan een boeking maakte, welke ik dan in de administratie verwerkte."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 33304 tot 33972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8 | shasum -a 256