Citaat | Hoge Raad 5 april 2011

Alinea 33 Hoge Raad 5 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.

Voor de inkoop en verkoop wordt verdachte [medeverdachte 1], een man van Turkse afkomst, aangenomen. Deze wordt bedrijfsleider van [C] BV. Voor de verwerking van de administratie wordt [betrokkene 1], een vrouw van Roemeense afkomst, aangenomen. Zij spreekt een paar talen. Zij wordt ingewerkt door een medewerker van het accountantskantoor [Q] maar zij heeft zelf geen boekhoudkundige opleiding. Verder is er een vorkheftruckchauffeur ([betrokkene 2]) in loondienst en zijn er een paar losse arbeidskrachten waarvan één met de naam [betrokkene 3].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 9666 tot 10229.