Citaat | Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 49 Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.
[Medeverdachte 1] en [betrokkene 1] voelen zich eind april 1999 zodanig bedreigd door de schuldeisers dat ze besluiten er een punt achter te zetten. Beiden zeggen dat op dat moment de voorraad en de inventaris en de administratie nog aanwezig waren. Ook de nieuwe pompwagens (met weegschaal) staan op dat moment nog ingepakt in het magazijn, volgens [medeverdachte 1]. [Medeverdachte 1] verklaart dat hij de sleutels van de magazijnen en kantoorunits aan [betrokkene 4], de verhuurder van de magazijnen heeft gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 13248 tot 13778.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8 | shasum -a 256