Citaat | Hoge Raad 5 april 2011
Alinea 96 Hoge Raad 5 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4391.
"Ik ben gerechtigd door de directie van het bedrijf [G] B.V., gevestigd te [plaats B], tot het doen van aangifte namens de B.V. Op vrijdag 12 maart 1999 ben ik benaderd door het bedrijf [C] B.V. Ik werd door een persoon gebeld die namens dit bedrijf sprak en [medeverdachte 1] genaamd was. Ik kreeg de indruk dat dit een Turkse man was. Deze bestelde vijf ton plantuien. [Medeverdachte 1] vroeg aan mij of deze partij op maandag 15 maart 1999 kon worden geleverd. Het transport was voor rekening van [C] B.V. Ik kwam met hem overeen dat hij binnen veertien dagen zou betalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8, en de alinea staat in dat document op bytes 18932 tot 19520.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ec6bfb600ea49bcd9a350e9567105ef88f22bc8a25ce00d18c9b792506208b8 | shasum -a 256