Citaat | Hoge Raad 21 juni 2011

Alinea 32 Hoge Raad 21 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4402.

Wij hebben alles in het werk gesteld om de desbetreffende ordners te vinden. We hebben contact gehad met het parket in Dordrecht, het kabinet rechter-commissaris in Dordrecht, de politie Zuid-Holland-Zuid, de curator van het faillissement, alles echter zonder resultaat. De ordners met administratie zijn nooit in Dordrecht geweest. De ordners zijn onder leiding van de rechter-commissaris direct naar de politie gebracht. De curator heeft bevestigd dat hij stukken heeft ontvangen, maar niet in de vorm van grote hoeveelheden ordners. De politie heeft op zeer gebrekkige wijze de inbeslagname van de administratie verwerkt, er is geen ontvangstbewijs in de stukken te vinden. Ik heb verder geen mogelijkheid meer om de ordners boven tafel te krijgen. De vraag is nu welke consequentie aan dit vormverzuim verbonden dient te worden op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Mijns inziens is er geen sprake van een zodanige frustratie van de rechtsgang dat het vormverzuim dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Voorts is uitsluiting van het bewijs niet mogelijk, de administratie is immers vermist. Derhalve is strafvermindering wat mij betreft de orde consequentie voor het onderhavige vormverzuim."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367c3fc32061b23241766f9f949fb5153319411c4a6a5796d988134a0ce9c4be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367c3fc32061b23241766f9f949fb5153319411c4a6a5796d988134a0ce9c4be, en de alinea staat in dat document op bytes 13348 tot 14613.