Citaat | Hoge Raad 21 juni 2011

Alinea 42 Hoge Raad 21 juni 2011

Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4402.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte het verweer gevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. De raadsman voert daartoe aan dat de door de rechter-commissaris inbeslaggenomen administratie van [A] nagenoeg in haar geheel is zoekgeraakt, en het openbaar ministerie er niet in is geslaagd deze administratie terug te vinden. De raadsman acht zich zonder deze administratie niet in staat de verdediging te voeren, nu aan de hand daarvan juist de onschuld van de verdachte kan worden aangetoond. Onder deze omstandigheden is er naar de mening van de raadsman sprake van een schending van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, meer in het bijzonder het beginsel van fair trial en equality of arms, op grond waarvan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367c3fc32061b23241766f9f949fb5153319411c4a6a5796d988134a0ce9c4be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367c3fc32061b23241766f9f949fb5153319411c4a6a5796d988134a0ce9c4be, en de alinea staat in dat document op bytes 17417 tot 18320.