Citaat | Hoge Raad 1 april 2011
Alinea 65 Hoge Raad 1 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4454.
4.2.1 De, hiervoor deels weergegeven, wetsgeschiedenis maakt in de eerste plaats duidelijk dat, zoals het hof heeft geoordeeld en door Legal & General in hoger beroep ook niet is bestreden (memorie van antwoord, paragraaf 4.2), art. 7a naar de bedoeling van de wetgever mede van toepassing is op beschikbare premieregelingen. Daarnaast leert die geschiedenis echter dat de wetgever - anders dan het geval is geweest bij de totstandkoming van de Pensioenwet, in welke wet de eis van tijdsevenredige opbouw (tijdsevenredige verwerving) is losgelaten voor zover het gaat om beschikbare premieregelingen (premieovereenkomsten) - destijds niet heeft onderkend dat van tijdsevenredige opbouw alleen sprake kan zijn als ook een bepaalde uitkomst is toegezegd, hetgeen bij beschikbare premieregelingen nu juist niet het geval is. Een derde vaststelling moet ten slotte zijn dat het in deze zaak centraal staande, met de provisiestructuur voor verzekeringstussenpersonen samenhangende, kostenvraagstuk bij de parlementaire behandeling van het aan de wet van 22 december 1999 ten grondslag liggende wetsvoorstel geheel onbelicht is gebleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067, en de alinea staat in dat document op bytes 21690 tot 22839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067 | shasum -a 256