Citaat | Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 66 Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4454.

4.2.2 Aanknopingspunten voor de opvatting dat art. 7a dwingt tot (jaarlijkse) lineaire kostentoerekening zijn noch in de tekst of strekking van dit artikel (uitsluiting van uitstelfinanciering), noch in de wetsgeschiedenis noch in het systeem van de Pensioen- en spaarfondsenwet te vinden. Niet duidelijk is of de indieners van het amendement dat geleid heeft tot de invoeging, met ingang van 1 augustus 2009, van art. 17a Pensioenwet, voorschrijvende dat het doorberekenen van kosten in het kader van een premieovereenkomst evenredig in de tijd dient plaats te vinden, het standpunt hebben gehuldigd dat art. 7a wel tot zodanige kostentoerekening dwingt. Volgens hen werd met het amendement de bescherming van de werknemer weer op het oorspronkelijke, betere niveau gebracht van de Pensioen- en spaarfondsenwet, waarin met de invoering van art. 7a "een einde [was] gemaakt aan de mogelijkheid een kostenstructuur te hanteren waarin de (uitvoerings)kosten geheel of voornamelijk in het begin van de looptijd van een pensioenverzekering in rekening worden gebracht." Wat daarvan zij, aan dat niet bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat tot invoeging van art. 7a heeft geleid kenbaar gemaakte standpunt komt in dit verband geen bijzondere betekenis toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067, en de alinea staat in dat document op bytes 22859 tot 24142.