Citaat | Hoge Raad 1 april 2011

Alinea 69 Hoge Raad 1 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4454.

4.3 Middel E berust op onjuiste lezing van het bestreden arrest Anders dan dit middel tot uitgangspunt neemt, heeft het hof in rov. 4.10, tweede alinea, niet geoordeeld dat het feit dat er sprake kan zijn van evenredigheid bij een stijgende premie automatisch en zonder meer impliceert dat "ook het onderhavige stelsel van hogere kosten bij een gelijk blijvende premie is toegestaan." Het hof heeft - blijkens het hiervoor in 4.2.3 overwogene: met juistheid - geoordeeld dat het in de beginjaren in mindering brengen van een hoger kostenbedrag dan in de latere jaren eerst onverenigbaar is met art. 7a indien van een tijdsevenredige pensioenopbouw geen sprake meer kan zijn, en is vervolgens op grond van de door Legal & General in haar memorie van antwoord gemaakte berekeningen tot het oordeel gekomen dat de onderhavige kostentoerekening niet met art. 7a in strijd is. Middel E kan dus bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3be9cbdd23bbaa3656aaa7e0909fcb639a2975483c0933b71099b2657005f067, en de alinea staat in dat document op bytes 25195 tot 26163.