Citaat | Hoge Raad 8 april 2011

Alinea 46 Hoge Raad 8 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4804.

3.3.2 Bij het eerste tussenarrest van 5 februari 2008 heeft het hof in het kader van de beoordeling van de primair gestelde valse of voorgewende reden voor ontslag overwogen dat, indien zou komen vast te staan dat [eiseres] de mogelijkheid had om [verweerder] in 2003 in zijn functie te handhaven omdat deze functie bij [eiseres] feitelijk zo werd uitgeoefend dat structureel een hulpmonteur in de bedrijfsauto meeging, moet worden geconcludeerd dat [verweerder] niet arbeidsongeschikt was voor de uitoefening van zijn eigen werk als servicemonteur (rov. 4.17.1). Het hof heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld werkbonnen over de periode 1 januari tot 11 juni 2001 in het geding te brengen waaruit zou kunnen worden afgeleid of juist is de stelling van [verweerder] dat bij [eiseres] de functie van servicemonteur gebruikelijk samen met een leerling-monteur werd uitgeoefend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b11810fc859711649579cbd312416209bb466c0da6546125a85715c6caf001df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b11810fc859711649579cbd312416209bb466c0da6546125a85715c6caf001df, en de alinea staat in dat document op bytes 12164 tot 13056.