Citaat | Hoge Raad 8 april 2011
Alinea 41 Hoge Raad 8 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4943.
3.2.2 De ondernemingskamer, die - in cassatie onbestreden - heeft geoordeeld dat het recht van Bermuda van toepassing is op de vraag welke bevoegdheden BTCL ten aanzien van het trustvermogen heeft en welke rechten [verzoeker] (ten aanzien daarvan) jegens BTCL kan uitoefenen en dat Nederlands recht van toepassing is op de vraag of [verzoeker] bevoegd is tot het indienen van een verzoek als bedoeld in art. 2:345 BW, heeft [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Naar haar oordeel rechtvaardigt hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd geen uitzondering op de hoofdregel van art. 2:346 lid 1, onder b, BW, volgens welke slechts houders van (certificaten van) aandelen in de vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft bevoegd zijn tot het indienen van een zodanig verzoek: "hij kan noch uit eigen hoofde noch namens BTCL - daarvoor is immers een eigen bevoegdheid van BTCL vereist en deze ontbreekt - een enquĂȘteverzoek met betrekking tot TESN indienen" (rov. 3.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7c6d2a1e666b97ed29214f63616a830a0d99f85c655accf9499dc1985975d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7c6d2a1e666b97ed29214f63616a830a0d99f85c655accf9499dc1985975d4, en de alinea staat in dat document op bytes 11427 tot 12426.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d7c6d2a1e666b97ed29214f63616a830a0d99f85c655accf9499dc1985975d4 | shasum -a 256