Citaat | Hoge Raad 15 april 2011
Alinea 28 Hoge Raad 15 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4952.
lid 1 Rv. gedaan aan het kantoor van de advocaat bij wie [verweerder] in de vorige instantie laatstelijk woonplaats heeft gekozen. [Verweerder] heeft noch in Nederland, noch in een Staat als bedoeld in art. 115 lid 1 Rv., een bekend werkelijk verblijf. Zijn woonplaats bevindt zich in een bij het Haags Betekeningsverdrag (Verdrag van 15 november 1965, Trb. 1966, 91 en 1969, 55) aangesloten, buiten Europa gelegen, Staat. De termijn van de dagvaarding zou dus op de voet van art. 115 lid 2 Rv., dat ertoe strekt te waarborgen dat de gedaagde voldoende tijd krijgt ter voorbereiding van zijn verdediging, ten minste drie maanden moeten bedragen. Dit is echter anders indien het kantooradres van de advocaat bij wie [verweerder] op de voet van art. 63 lid 1 Rv. in de vorige instantie laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen, kan gelden als een door de gedaagde voor deze zaak gekozen woonplaats in de zin van art. 115 lid 3 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7dd608994372d7e525a2c0b18283a341d2485d5f9c8ed77bba1adc91d148d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7dd608994372d7e525a2c0b18283a341d2485d5f9c8ed77bba1adc91d148d9, en de alinea staat in dat document op bytes 8858 tot 9804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f7dd608994372d7e525a2c0b18283a341d2485d5f9c8ed77bba1adc91d148d9 | shasum -a 256