Citaat | Hoge Raad 15 april 2011
Alinea 30 Hoge Raad 15 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4952.
2.3 De kantoorbetekening op de voet van art. 63 Rv. valt buiten het toepassingsbereik van het Haags Betekeningsverdrag, dat het aan het interne recht van de Staat van herkomst overlaat te bepalen of het stuk ter betekening naar het buitenland moet worden gezonden (vgl. HR 2 februari 1996, LJN ZC1982, NJ 1997/26 en HR 4 februari 2011, LJN BP0006). Zij strookt echter met het doel en de strekking van zowel het Haags Betekeningsverdrag als van de Betekeningsverordening II om op eenvoudige en snelle wijze te bewerkstelligen dat de geadresseerde die in een andere verdragstaat of lidstaat zijn woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft, van het stuk kennis neemt, nu zij beoogt een waarborg te scheppen dat het exploot ook werkelijk tijdig degene bereikt voor wie het is bestemd (vgl. HR 4 februari 2011, LJN BP0006). Daarbij dient voorts te worden bedacht dat de advocaat aan wiens adres op de voet van art. 63 Rv. het exploot wordt betekend, is gehouden te bevorderen dat het exploot tijdig degene bereikt voor wie het is bestemd, hetgeen met de moderne communicatiemiddelen binnen de korte termijn van een week in de regel mogelijk zal zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f7dd608994372d7e525a2c0b18283a341d2485d5f9c8ed77bba1adc91d148d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f7dd608994372d7e525a2c0b18283a341d2485d5f9c8ed77bba1adc91d148d9, en de alinea staat in dat document op bytes 10820 tot 11981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f7dd608994372d7e525a2c0b18283a341d2485d5f9c8ed77bba1adc91d148d9 | shasum -a 256