Citaat | Hoge Raad 19 april 2011

Alinea 16 Hoge Raad 19 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5361.

3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet ingevolge de vuistregels van HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008/358 leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van elf jaren. Bij die vermindering wordt in een geval als het onderhavige waarin zowel de termijn waarbinnen de stukken moeten zijn ingezonden als de termijn waarbinnen uitspraak behoort te zijn gedaan, slechts de overschrijding van één van die termijnen in aanmerking genomen en bij verschil de langste.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ada5477a5dddd11be8ac4efa23e3c0b2674006701922591176c09cff3e84f6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ada5477a5dddd11be8ac4efa23e3c0b2674006701922591176c09cff3e84f6c, en de alinea staat in dat document op bytes 6768 tot 7569.