Citaat | Hoge Raad 25 februari 2011

Alinea 27 Hoge Raad 25 februari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5536.

3.3.5. Het middel doet in dit verband met name een beroep op de parlementaire geschiedenis van de wijziging van artikel 30f van de AWR per 1 juli 1997 (hierna: de wetsgeschiedenis). Daaruit blijkt van een beleid van de Belastingdienst om binnen drie maanden na de indiening van een aangifte inkomstenbelasting in elk geval een voorlopige aanslag vast te stellen. Dit beleid strekt ertoe te voorkomen dat heffingsrente wordt berekend als gevolg van de enkele omstandigheid dat de inspecteur niet binnen een redelijke termijn na het indienen van de aangifte een belastingaanslag vaststelt. Een inspecteur dient als regel te handelen in overeenstemming met dat beleid, waartoe hij redelijkerwijs ook in staat zal zijn, nu voor het opleggen van een voorlopige aanslag in overeenstemming met de aangifte geen nader onderzoek hoeft plaats te vinden. Indien een inspecteur niet handelt in overeenstemming met deze gedragslijn, verzet het zorgvuldigheidsbeginsel zich ertegen dat die inspecteur meer heffingsrente in rekening brengt dan in een geval waarin hij die gedragslijn wel volgt (zie HR 25 september 2009, nr. 07/13362, LJN BJ8524, BNB 2009/295).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c8f5aef9f640bf45a0996c38c0c62efdcc8e84099fdca4694d7ad8584d1ce9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c8f5aef9f640bf45a0996c38c0c62efdcc8e84099fdca4694d7ad8584d1ce9c, en de alinea staat in dat document op bytes 9857 tot 11016.