Citaat | Hoge Raad 12 april 2011

Alinea 22 Hoge Raad 12 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6019.

2.2. Ingevolge art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 3°, Sv wordt een gerechtelijke mededeling, waaronder begrepen de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, uitgereikt aan de griffier indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de GBA noch een feitelijke woon- of verblijfplaats van hem bekend is. Onbekendheid van een feitelijke woon- of verblijfplaats kan evenwel niet worden aangenomen, indien niet is getracht de uitreiking van de mededeling te doen plaatsvinden op het uit de stukken blijkend - voor de hand liggend en niet door een latere opgave achterhaald - adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van de betrokkene zou kunnen gelden (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002/317, rov. 3.24 sub b).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7569d02193a14f8b7de542d9efbc1f18548ea6207b69968e574e90148db0de9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7569d02193a14f8b7de542d9efbc1f18548ea6207b69968e574e90148db0de9a, en de alinea staat in dat document op bytes 8021 tot 8804.