Citaat | Hoge Raad 12 juli 2011

Alinea 39 Hoge Raad 12 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6567.

Met betrekking tot de beschuldiging van de inbraak op 18 september 2008 kan ik het volgende verklaren. Op die desbetreffende dag ben ik in het huis geweest. Het was na twaalf uur, want rond 11 uur ben ik naar [plaats] gegaan. We hebben bij een huis in aanbouw gewacht. Ik heb niet ingebroken, want de deur stond open. Ik heb goederen van die mensen gezocht en meegenomen. Ik was met [betrokkene 1] en voor zover ik heb gezien was er verder niemand in dat huis. Ik ben bij [verdachte] thuis geweest en hij zei dat hij weg ging. Toen kwam een ander met het plan om het huis binnen te treden. Bij de politie heb ik iets anders verklaard, omdat [verdachte] dicht bij die mensen woont; daarom heb ik gezegd dat hij met het plan is gekomen. Ook is het zo dat de rechercheurs [verbalisant 1 en 2] met een papiertje kwamen aanzetten waarvan mij werd gezegd dat het een verklaring van [verdachte] was, waarin hij had gezegd dat hij met het plan was gekomen. De politie heeft mij in de war gebracht en ik wist niet wat ik moest zeggen. De rechercheur heeft tegen mij gezegd dat [verdachte] had verklaard dat wij hem hadden gebeld voor een afspraak om te gaan in te breken. Toen dacht ik: als hij over ons liegt dan lieg ik ook over hem. Ik heb vervolgens gezegd dat hij met het plan was gekomen en heb verklaard dat hij voornemens was een "atraco" te plegen. Hetgeen wat ik toen heb verklaard berust niet op waarheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d7059a8f8d5db09b83daabd6ae18d7cdf089c9ba249d739e58985d9020668a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d7059a8f8d5db09b83daabd6ae18d7cdf089c9ba249d739e58985d9020668a8, en de alinea staat in dat document op bytes 13646 tot 15066.