Citaat | Hoge Raad 27 mei 2011
Alinea 87 Hoge Raad 27 mei 2011
Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6997.
Het hof is voorts niet voorbijgegaan aan de stellingen van [eiser] dat hij de herstelwensen van [verweerder] c.s. heeft meegenomen en in een brief van 5 augustus 2007 had toegezegd dat [verweerder] c.s. half oktober 2007 weer over het gehuurde konden beschikken, doch heeft ook deze stellingen ongenoegzaam geoordeeld om aan het tekortschieten van [eiser] af te doen. Daarbij heeft het hof kennelijk in aanmerking genomen dat [verweerder] c.s. (bij de comparitie in eerste aanleg) onbetwist hebben aangevoerd dat zij hun herstelwensen reeds in de periode tussen de brand (4 februari 2007) en het gesprek met [eiser] op 18 februari 2007 hebben kenbaar gemaakt. In dat licht is niet onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat [eiser] niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot herstel zonder vertraging. Opmerking verdient nog dat de stelling van [eiser] in onderdeel 1d, dat [verweerder] c.s. de bij brief van 5 augustus 2007 gedane toezegging (stilzwijgend) zouden hebben aanvaard, geen feitelijke grondslag heeft in de gedingstukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd47be7a887ee2dc88a177cf3032005cda2b155fc3112789a81a9e4724c8800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd47be7a887ee2dc88a177cf3032005cda2b155fc3112789a81a9e4724c8800, en de alinea staat in dat document op bytes 23755 tot 24804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bd47be7a887ee2dc88a177cf3032005cda2b155fc3112789a81a9e4724c8800 | shasum -a 256