Citaat | Hoge Raad 27 mei 2011

Alinea 89 Hoge Raad 27 mei 2011

Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6997.

3.7.1 Onderdelen 2a en 2b, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, vallen het oordeel van het hof in rov. 4.2 aan met de klacht dat het hof de ontbinding van de huurovereenkomst ten onrechte, althans onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd, heeft gehonoreerd, omdat er geen sprake was van verzuim aan de zijde van [eiser]. Immers, [verweerder] c.s. hebben [eiser] niet in gebreke gesteld en zulks was wel vereist, omdat nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk was (onderdeel 2a). Bovendien was de ontbinding, in de visie van het hof, uitsluitend toewijsbaar op de grond dat [eiser] niet zonder vertraging zou hebben hersteld (onderdeel 2b).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bd47be7a887ee2dc88a177cf3032005cda2b155fc3112789a81a9e4724c8800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bd47be7a887ee2dc88a177cf3032005cda2b155fc3112789a81a9e4724c8800, en de alinea staat in dat document op bytes 25280 tot 25949.