Citaat | Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 269 Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7544.
Met betrekking tot het toewijzen van het verzoek tot het horen van de getuige [betrokkene 2] overweegt het hof als volgt. Het is het hof duidelijk dat nadere gegevens omtrent de identiteit van deze persoon niet voorhanden zijn. Echter, het enkele feit dat er onzekerheid bestaat omtrent de identiteit van een getuige kan niet zonder meer tot de conclusie leiden dat geen noodzaak bestaat tot het horen van deze persoon. Gezien het belang van deze getuige verzoekt het hof derhalve de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam om [betrokkene 2], althans de medewerker van de AIVD die vermoedelijk achter dit pseudoniem schuilgaat, als getuige te horen. Het hof gaat er van uit dat de advocaat-generaal zich zal inspannen de desbetreffende persoon te achterhalen. Het hieraan verbonden subsidiaire verzoek van de verdediging tot het horen als getuige van het hoofd van de AIVD, te weten [betrokkene 7], kan hierdoor naar het oordeel van het hof onbesproken blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 62167 tot 63188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e | shasum -a 256