Citaat | Hoge Raad 15 november 2011

Alinea 336 Hoge Raad 15 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7544.

Het hof acht deze verklaring onaannemelijk nu de gekozen weg geen voor de hand liggende is, immers het zou veel eenvoudiger, sneller en efficiënter geweest zijn om eventuele brieven te versturen naar de Tweede Kamer of de zakelijke adressen van die politici te sturen dan wel die adressen op te vragen bij de gebruikelijke en algemeen bekende officiële informatiebronnen. Uit het onderzoek ter terechtzitting en het dossier is niet gebleken dat enige conceptbrief voor dat doel bedoeld, bij de verdachte is aangetroffen. Ook sjeik Fawaz Jneid, imam van de Sounnah Moskee in Den Haag heeft dit niet bevestigd, integendeel hij heeft verklaard de verdachte bij zich te hebben uitgenodigd, omdat hij gehoord had dat zij lid was van de Takfiri en omdat hij haar, samengevat, wilde waarschuwen dat zij zich door een bezoek te brengen aan een eerdere strafzitting van de medeverdachte [betrokkene 5], die van terroristische activiteiten werd verdacht, in een gevaarlijke positie bracht. Ook overigens heeft de verdachte in genoemd "apothekersgesprek", waar het betreft de onderwerpelijke passage, geen verband gelegd met dawa doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 86030 tot 87169.