Citaat | Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 375 Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7544.
4.7.1. Ten aanzien van de vraag of en in hoeverre consequenties kunnen of moeten worden verbonden aan onregelmatigheden in het onderzoek door een inlichtingen- en veiligheidsdienst geldt het volgende. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 maart 2004, NJ 2004, 376 geoordeeld dat aan de toepassing van art. 359a Sv beperkingen zijn gesteld. De toepassing van art. 359a Sv is allereerst beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek. Ingevolge art. 132 Sv moet daaronder worden verstaan het onderzoek dat voorafgaat aan het onderzoek ter terechtzitting. Onder die vormverzuimen zijn blijkens de wetsgeschiedenis begrepen normschendingen bij de opsporing. Art. 359a Sv is dus niet van toepassing indien het verzuim is begaan buiten het verband van het voorbereidend onderzoek. Een onderzoek door een inlichtingen- en veiligheidsdienst vindt plaats buiten de verantwoordelijkheid van de politie en het openbaar ministerie en valt buiten dat verband.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 101352 tot 102341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e | shasum -a 256