Citaat | Hoge Raad 15 november 2011
Alinea 99 Hoge Raad 15 november 2011
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7544.
Meer specifiek werd dat briefje aangetroffen op een plank onder een tafel in de woonkamer temidden van andere paperassen die zijn terug te voeren op de medeverdachte [medeverdachte]. In de week vòòr zijn aanhouding op 22 juni 2005 heeft hij in gezelschap van de verdachte in die woning overnacht, voornamelijk in de woonkamer. [Betrokkene 11] heeft ontkend dat het briefje van haar is alsmede verklaard geen eigen spullen op die plank te hebben liggen en het briefje niet te kennen. [betrokkene 11] heeft het briefje voor het eerst bij het schoonmaken op 22 juni 2005 zien liggen. De papieren die op de onderste plank lagen, lagen er nog niet toen de medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte bij haar kwamen logeren. Uit onderzoek is gebleken dat het handschrift niet van [betrokkene 11] afkomstig is. Hoewel het handschrift evenmin op de medeverdachte [medeverdachte] is terug te voeren en alstoen ook een derde onbekende persoon in de woning van [betrokkene 11] heeft overnacht, is op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting naar het oordeel van het hof in voldoende mate aannemelijk dat het codebriefje in relatie moet worden gezien tot de medeverdachte [medeverdachte].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 33764 tot 34978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9756efa7e7eeb44e8353da8389bee07cdc1c6f53a7c5a11fcef709553ae0e0e | shasum -a 256