Citaat | Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 17 Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7855.

"De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. (...) Verdachte, die afkomstig is uit Somalië, dient als categoriaal beschermingswaardig te worden aangemerkt en komt als vluchteling een beroep toe op artikel 31, eerste lid, van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (het Vluchtelingenverdrag). Artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag, verzet zich tegen het opleggen van strafsancties. Dit artikel verzet zich in de visie van de raadsman ook tegen vervolging ter zake van het tenlastegelegde delict, het in het bezit zijn van een vals paspoort. Sinds 1991 bestaat in Somalië geen centraal gezag meer en worden er geen Somalische paspoorten uitgegeven. Dat betekent dat verdachte die genoopt was Somalië te ontvluchten niet anders kon dan gebruik maken van een vals paspoort. Een strafvervolging ter zake van dit feit maakt de bescherming die het Vluchtelingenverdrag beoogt te verlenen illusoir.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff06611095a70aaa80a0a1c0bd27698b967a95949aac15f42a01136167c8f9, en de alinea staat in dat document op bytes 7744 tot 8746.